De maatschappelijke situatie in Nederland

De maatschappelijke situatie in Nederland

De vraag naar en het aanbod van laaggeschoold werk vinden elkaar niet altijd in Nederland. Teveel mensen komen ongewild niet aan werken toe. Niet participeren, uitzichtloosheid en gebrek aan nuttige dingen om te doen, leiden tot gezondheidsklachten en soms tot isolatie, schulden en criminaliteit. Dit kost de samenleving veel geld.  Wat is de situatie? 

Hoge werkgeverseisen

Zeven op de tien werkgevers geven een hoge prioriteit aan opleiding en scholing in het personeelsbeleid. Een aantal sectoren als bijvoorbeeld de horeca, de bouw en de zorg, hebben een enorme behoefte aan personeel met een (beperkte) startkwalificatie.  Het ‘oplijnen’ van deze potentiele werknemers, zijn voor veel organisaties echter onoverkomelijk complex.

Werkgevers hechten sterk aan werknemers- en communicatievaardigheden en soms ook aan beheersing van de Nederlandse taal (60%), omdat het de uitleg aan werknemers vergemakkelijkt, ze in gevallen voorschriften en veiligheidsinstructies moeten kunnen lezen  en ze hen ook andere taken kunnen laten doen. Ook komt het voor dat het verzekeringstechnisch lastig is als iemand geen opleidingscertificaat heeft. Voor een werkgever is het niet interessant om zelf scholing in te kopen als geschoolde, gecertificeerde, of meer ervaren kandidaten voorhanden zijn.  

Overigens staan werkgevers wel vaker open voor tegemoetkomingen aan hun eisen: werknemers die via een test al beroepsgeschikt worden geacht, beroepsgerichte UWV scholingsarrangementen, mogelijkheden voor flexibele proefplaatsing of een jobcoach.

Beperkingen van kanalen

Maar een klein deel van werkgevers en werkzoekenden vinden elkaar op dezelfde plaats en via hetzelfde kanaal: werkgevers die hun vacature bij het Werkplein melden en werkzoekenden die via een uitzendbureau kunnen zoeken missen elkaar eenvoudigweg.

De meeste werkgevers maken voor laaggeschoold werk sowieso nauwelijks gebruik van de zoekkanalen waarlangs de werkzoekenden zoeken, namelijk internet en open sollicitaties. Andersom maken de meeste werkzoekenden minder succesvol gebruik van de kanalen die voor werkgevers het meest succesvol zijn: de eigen informele netwerken en de uitzendbureaus. Zowel algemene als gespecialiseerde uitzendbureaus leveren snel geschikte kandidaten. 

Uit diverse onderzoeken blijkt dat een deel van de werkzoekenden niet staat ingeschreven bij een uitzendbureau, omdat ze het idee hebben dat ze er geen kans maken. Ze zeggen soms letterlijk de deur te worden gewezen omdat het uitzendbureau ‘niks voor ze kan doen’. Aanname of niet, hierdoor bestaat in ieder geval bij hen de indruk dat uitzendbureaus gericht selecteren op kansrijkere werkzoekenden en proberen het niet elders.   

Toegankelijkheid van middelen

Voor een groot deel van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals (wel-/niet-) uitkeringsgerechtigden, kansarmere uitstromers uit het onderwijs, voortijdige schoolverlaters, statushouders en langdurige en oudere werklozen, is er voor passende bij- en omscholing niet altijd budget. Voor zover er wel scholingsbudget is, is de weg naar (extra) opleiding nu te onbekend of hoogdrempelig geregeld, waardoor er onvoldoende gebruik van wordt gemaakt. Zonder bij- en omscholing komen deze groepen echter niet aan het werk, terwijl landelijk hoge urgentie wordt gegeven aan toeleiding naar werk. De op 28 maart in de Tweede Kamer ingediende motie ‘Leven lang leren’ raakt dit thema specifiek .   Volgens het CBS (2018) blijkt dat niet meer dan elf procent van de volwassen asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, tweeënhalf jaar later als werknemer of zelfstandige betaald werk heeft. Een groot gedeelte van degenen met werk is actief in de horeca (30%) of de uitzendbranche (24%).

Ook de recente analyse van de Sociaal Economische Raad laat zien dat er nog grote zorgen zijn bi de integratie naar werk, in dit rapport specifiek in relatie tot statushouders.  Zo zijn de lokale en regionale verschillen nog altijd groot, de initiatieven veelal kleinschalig en is ook de continuïteit van de initiatieven onzeker, vaak ook vanwege tijdelijke of onvoldoende financiering. 

Extra kansen creëren

De genoemde belemmeringen laten onverlet dat er veel verschillende initiatieven zijn, waarbij sprake is van een aanpak die rekening houdt met de kansen en mogelijkheden van deze doelgroepen. De praktijkvoorbeelden verschillen echter sterk naar focus, ambitieniveau en doelgroep maar vinden plaats vanuit het idee te helpen met een geïntegreerde ondersteuning op weg naar maatschappelijke participatie, met aandacht voor zowel taal, onderwijs als werk(-ervaring).   

Gefragmenteerde aanpak 

De verantwoordelijkheid voor arbeidsparticipatie is belegd bij gemeenten. De rol van de Rijksoverheid is hierin beperkt. Een risico dat zich in de praktijk manifesteert, is het grote verschil in aanpak tussen gemeenten. Er bestaat niet alleen onderscheid in beleidsaanpak – wat een logisch gevolgd is van het decentralisatiebeleid – maar ook in de kwaliteit van de geboden ondersteuning aan werkzoekenden. 

Op de wijze waarop de inburgering in Nederland is georganiseerd kunnen gemeenten weinig tot geen invloed uitoefenen op het inburgeringstraject van de statushouders en de keuze voor een integratiebureau en/of aanbieder van leerprogramma’s. Het ontbreken van gemeentelijke regie op de inburgering leidt ertoe dat er in veel gevallen nog altijd sprake is van een groot gefragmenteerd aanbod en mede daardoor, gescheiden en volgtijdelijke trajecten, waarbij eerst de taal wordt geleerd en pas daarna aansluiting bij het onderwijs en de arbeidsmarkt wordt gezocht. Dit staat een voortvarende aanpak in de weg. Ter beeldvorming:  Alleen l in de regio Haarlem zijn meer dan 20 reintegratiebureaus actief met de begeleiding van een beperkte doelgroep en (meestal) middels een sociale insteek met minder nadruk op arbeidsparticipatie. Mede door deze gefragmenteerde aanpak blijft het landelijk percentage van mensen dat uiteindelijk naar werk gaat, laag.  

Op weg naar een inclusieve samenleving 

Het ministerie van VWS heeft samen met de Alliantie voor Implementatie van het VN-Verdrag*, de werkgeversorganisaties VNO-NCW / MKB Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een Plan van Aanpak uitgeschreven. Dit Plan biedt handvatten om van Nederland een inclusieve samenleving te maken.

Een inclusieve samenleving betekent dat iedereen, óók mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt, volwaardig deelnemen. Belangrijke begrippen daarbij zijn non-discriminatie, participatie, gelijke kansen, toegankelijkheid en respect voor de waardigheid en persoonlijke autonomie. Maar een inclusieve samenleving bereik je niet met abstracte woorden; iederéén, de hele samenleving, moet ernaar handelen!

De Kansacademie ziet dat bereikbare en gestructureerde bij- (en om-)scholing voor de kansarme doelgroepen as pre-kwalificatie voor betaald werk  een groot goed is. Met weinig poespas klassikaal leren, waar mogelijk ondersteund met online en in onderlinge afstemming  met een potentiele werkgever, geeft extra kans en perspectief. 

Wil je ook bijdragen aan een inclusieve maatschappij? Doe mee met de Kansacademie!

Kansacademie - inclusiviteit

Door mee te doen met de Kansacademie draag je bij aan een inclusieve maatschappij. Een samenleving  waar iedereen kan meedoen.  ongeacht kleur, ras, geslacht, geloof of beperking. Meer weten? Meld je aan en wij nemen contact op voor het maken van een kennismakingsgesprek waarin we je graag leren kennen en je informeren over de mogelijkheden. 

Ja! Ik meld mij aan voor de Kansacademie

© KansAcademie.org. Website door Digital Rebel