De maatschappelijke situatie in Nederland

De maatschappelijke situatie in Nederland

Technologische innovaties, digitalisering en de overgang naar een circulaire en duurzame economie hebben een wereldwijde impact op onze sociaal economische maatschappij. Deze maatschappelijke uitdagingen zetten aan tot een nieuwe manier van het inzetten van kennis en vaardigheden. 

Het bedrijvenlandschap verandert bijvoorbeeld sterk door alle ontwikkelingen. Zo zijn reisbureaus en platenzaken al bijna geheel uit het Nederlandse straatbeeld verdwenen. Nieuwe business modellen als Whatsapp, Uber en Airbnb gaan, dankzij nieuwe technologieën, de strijd aan met de gevestigde orde van telecombedrijven, taxichauffeurs en de hotelindustrie. In de toekomst krijgen we steeds vaker te maken met dit soort ‘game-changers’ die een gehele bedrijfssector op zijn kop kunnen zetten. 

Het hoeven overigens geen grote bedrijven te zijn die een markt openbreken. Sterker nog, dankzij de huidige technologie wordt de grootte van een bedrijf evenals de vestigingsplaats steeds minder van belang. Dankzij de moderne technologie ligt de hele wereld vanuit een zolderkamer binnen handbereik. Dit heeft eveneens tot gevolg dat bedrijven direct vanaf de start internationaal kunnen gaan. Voorheen werd deze stap door veel bedrijven pas gezet nadat eerst de binnenlandse markt was veroverd. 

Deze ontwikkelingen dwingen MKB-ondernemers er toe om continu te kijken wat voor impact nieuwe technologische ontwikkelingen op het bedrijf hebben. De ondernemer zal mee moeten doen om niet achterop te raken. Maar het biedt ook kansen. Dit betekent innoveren en investeren. Voorwaarde is wel dat dit economisch haalbaar is. Zo niet, dan is de kans groot dat de concurrentiepositie van de onderneming (verder) verzwakt.   De snelle technologische ontwikkelingen hebben hun weerslag op de kennisvraag op de wereldwijde arbeidsmarkt.

In Nederland krimpt de beroepsbevolking en zijn opleidingen nu top-of-mind vanwege Overheidsprogramma’s als 'Leven Lang Ontwikkelen' en de Corona pandemie die hele branches en sectoren raakt, in het bijzonder. Ook in de vorige crisis kregen laagopgeleiden de zwaarste klappen. Bij hen steeg de werkloosheid in vijf jaar tijd van 7 naar ruim 13 procent. 

De komende jaren zal nog veel meer werkgelegenheid verschuiven. 

Het lijkt zo tegenstrijdig: de werkloosheid loopt op, terwijl zorg, landbouw, bouw (door de afwezigheid van arbeidsmigranten) en distributiecentra alleen maar meer personeel nodig hebben. De logische consequentie: met de innovatie van de bedrijfsaanpak, moeten ook de mensen mee migreren naar andersoortig werk.  In Mei 2020 worden ca. 1,8 miljoen werkende Nederlanders, ruim1/5 van de gehele beroepsbevolking, kunstmatig ondersteund door de staat. Effectief is een aanzienlijk deel van de ondersteunde bevolking dus (gedeeltelijk of volledig) werkeloos. De Corona crisis versterkt de verandering enorm: Voor veel van deze werkenden verandert hun bestaande werkomgeving drastisch.   Er is dus voor deze werkenden perspectief nodig waarmee ze  hun bestaande kennis en vaardigheden kunnen toepassen in een grotere scope dan binnen hun bestaande functie die immers (deels) verandert naarmate de werkgever verder innoveert.   Dit kan worden gerealiseerd door hen nieuwe kennis te laten ontwikkelen die borg staat voor continuïteit in de veranderende markt. Het aantal publieke en commerciële aanbieders van ondersteunende diensten in het MKB is groot, echter versnipperd. Door deze versnippering is het voor veel ondernemers onduidelijk waar zij kunnen aankloppen om concrete resultaten te bereiken in het complexe veld van verandering. 

Beperkingen van kanalen

Maar een klein deel van werkgevers en werkzoekenden vinden elkaar op dezelfde plaats en via hetzelfde kanaal: werkgevers die hun vacature bij het Werkplein melden en werkzoekenden die via een uitzendbureau kunnen zoeken missen elkaar eenvoudigweg.

De meeste werkgevers maken voor laaggeschoold werk sowieso nauwelijks gebruik van de zoekkanalen waarlangs de werkzoekenden zoeken, namelijk internet en open sollicitaties. Andersom maken de meeste werkzoekenden minder succesvol gebruik van de kanalen die voor werkgevers het meest succesvol zijn: de eigen informele netwerken en de uitzendbureaus.  

Uit diverse onderzoeken blijkt dat een deel van de werkzoekenden niet staat ingeschreven bij een uitzendbureau, omdat ze het idee hebben dat ze er geen kans maken. Ze zeggen soms letterlijk de deur te worden gewezen omdat het uitzendbureau ‘niks voor ze kan doen’. Aanname of niet, hierdoor bestaat in ieder geval bij hen de indruk dat uitzendbureaus gericht selecteren op kansrijkere werkzoekenden en proberen het niet elders.   

Toegankelijkheid van middelen

Voor een groot deel van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals (wel-/niet-) uitkeringsgerechtigden, kansarmere uitstromers uit het onderwijs, voortijdige schoolverlaters, statushouders en langdurige en oudere werklozen, is er voor passende bij- en omscholing niet altijd budget. Voor zover er wel scholingsbudget is, is de weg naar (extra) opleiding nu te onbekend of hoogdrempelig geregeld, waardoor er onvoldoende gebruik van wordt gemaakt. Zonder bij- en omscholing komen deze groepen echter niet aan het werk, terwijl landelijk hoge urgentie wordt gegeven aan toeleiding naar werk. De op 28 maart in de Tweede Kamer ingediende motie ‘Leven lang leren’ raakt dit thema specifiek .   Volgens het CBS (2018) blijkt dat niet meer dan elf procent van de volwassen asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, tweeënhalf jaar later als werknemer of zelfstandige betaald werk heeft. Een groot gedeelte van degenen met werk is actief in de horeca (30%) of de uitzendbranche (24%).

Gefragmenteerde aanpak 

De verantwoordelijkheid voor arbeidsparticipatie is belegd bij gemeenten. De rol van de Rijksoverheid is hierin beperkt. Een risico dat zich in de praktijk manifesteert, is het grote verschil in aanpak tussen gemeenten. Er bestaat niet alleen onderscheid in beleidsaanpak – wat een logisch gevolgd is van het decentralisatiebeleid – maar ook in de kwaliteit van de geboden ondersteuning aan werkzoekenden. 

Op de wijze waarop de inburgering in Nederland is georganiseerd kunnen gemeenten weinig tot geen invloed uitoefenen op de keuze voor een integratiebureau en/of aanbieder van leerprogramma’s. Het ontbreken van gemeentelijke regie op de inburgering leidt ertoe dat er in veel gevallen nog altijd sprake is van een groot gefragmenteerd aanbod en mede daardoor, gescheiden trajecten, Mede door deze gefragmenteerde aanpak blijft het landelijk succespercentage laag.  

Samenwerken aan resultaat. 

Op basis van de ontwikkelingen, nu extreem zichtbaar door het Coronavirus, biedt Kansacademie integrale strategische en operationele ondersteuning aan het bedrijfsleven die bij deze bedrijven vaak ontbreekt. Veel van de bedrijven beschikken namelijk niet over eigen HR- of kennisprogramma’s en support. Belangrijke aspecten als HR-begeleiding, loopbaankwalificatie en kennisontwikkeling wordt door publieke en private partijen binnen Kansacademie integraal aangeboden op basis van resultaat.  

 

Wil je ook bijdragen aan een inclusieve maatschappij? Doe mee met de Kansacademie!

Kansacademie - inclusiviteit

Door mee te doen met de Kansacademie draag je bij aan een inclusieve maatschappij. Een samenleving  waar iedereen kan meedoen.  ongeacht kleur, ras, geslacht, geloof of beperking. Meer weten? Meld je aan en wij nemen contact op voor het maken van een kennismakingsgesprek waarin we je graag leren kennen en je informeren over de mogelijkheden. 

Ja! Ik meld mij aan voor de Kansacademie