Begrippen

 

BBL & BOL                                                                                                                                          

BBL staat voor ‘Beroeps Begeleidende Leerweg’. BOL staat voor ‘Beroeps Opleidende Leerweg’. Het belangrijkste verschil zit in het feit dat de student in een BBL-traject een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever en daarnaast vaak een dag in de week les volgt bij bijvoorbeeld een ROC. Een student in een BOL-traject heeft de juridische status van student/ scholier en loopt tijdens zijn opleiding één of meer stages bij een bedrijf of organisatie. Hierdoor heeft een BOL-student recht heeft op studiefinanciering (mits je ook voldoet aan de andere voorwaarden) en een BBL-student heeft dat niet. Overigens geldt dit pas als de student ouder is dan 18 jaar.

Beschut werk                                                                                                                               

Beschut werk is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt. Met de voorziening beschut werk kan de gemeente deze mensen toch in een dienstbetrekking laten werken. Deze groep komt in dienst van de gemeente. De gemeente kan deze dienstbetrekking ook organiseren bij een reguliere werkgever die deze begeleiding en aanpassingen wel (met ondersteuning door een gemeente) kan aanbieden. In totaal gaat het om het creëren van 30.000 beschutte plekken. 

Jobhunting

Bij een re-integratie helpt een re-integratiebureau om bij een werkgever aan de slag te gaan. Maar eerst moet die werkgever gevonden worden. Daarom ondersteunt het re-integratiebureau een kandidaat om zoveel mogelijk kans te maken en biedt praktische ondersteuning bij het vinden van die nieuwe baan. Hier wordt maximaal een jaar voor uitgetrokken.  Er zijn veel verschillende re-integratiebureaus met verschillende soorten van aanpak, netwerken en specialisaties.  In het eerste halfjaar van een re-integratie  mag een kandidaat zich focussen op vacatures en open sollicitaties die direct met zijn/haar werkervaring en opleidingsniveau te maken hebben. U kunt de volgende concrete hulp van het bureau verwachten:

1.  Evaluatie van uw talenten en mogelijkheden
2.  Beroepskeuzetest
3.  Scholing en cursussen
4.  Sollicitatietraining

Leerwerkbedrijf    

Een leerwerkbedrijf is een bedrijf met als primair doel het opleiden van mensen door werk aan te bieden in de praktijk. Leerwerkbedrijven worden vaak gebruikt bij re-integratietrajecten en in combinatie met opleidingen. Erkende leerbedrijven kunnen subsidie krijgen als zij een leerplaats aanbieden. Zij kunnen gebruikmaken van de Subsidieregeling praktijkleren. De regeling is een tegemoetkoming voor werkgevers voor de begeleidingskosten van leerlingen en studenten.  De Subsidieregeling praktijkleren stimuleert werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt het jaarlijkse budget van € 205 miljoen beschikbaar.

Leerwerktraject                                                                                                                                                       

Een leerwerktraject is maatwerk en start met voorschakeltraject met taal(-boost), oriëntatie en assessment, basisvak- en werknemersvaardigheden. De praktijkgerichte leerweg (met toenemende werkervaring bij werkgever) vormt een brug naar werk en/of een BBL-opleiding op MBO niveau 1,2 of 3.

Loonkostensubsidie

Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, krijgt de gemeente de mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken. Loonkostensubsidie kan worden ingezet voor mensen die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Het gaat dus om mensen die per uur niet volledig productief zijn. De loonkostensubsidie wordt verstrekt aan de werkgever en kan, waar nodig, structureel worden ingezet. Loonkostensubsidie kan ook worden ingezet voor werknemers die op een beschutte werkplek werken.

O&O fondsen

O&O fondsen zijn instellingen die door sociale partners worden bestuurd en die tot doel hebben de werking van de sectorale arbeidsmarkten te optimaliseren. Het zijn private
organisaties. Als het fonds een directe relatie heeft met een cao kunnen sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties) de minister van SZW verzoeken het eigen fonds algemeen verbindend te verklaren (avv). De algemeen verbindend verklaring legt verplichtingen op voor werkgevers en hun werknemers, die niet zijn aangesloten bij de betreffende brancheorganisaties. Dit maakt dat alle bedrijven en werknemers in de desbetreffende sector een financiële bijdrage leveren aan zaken die de gehele sector ten goede komen. Zo wordt voorkomen dat louter de bij werkgevers- en werknemersor-ganisaties aangesloten bedrijven / werknemers een bijdrage leveren aan het collectieve belang. Kansacademie is (nog) geen O&O fonds maar ook opgericht vanuit deze grondgedachte.

Participatieladder                                                                                                                                                     

De Participatieladder is een meetinstrument waarmee je van iedere Nederlander kunt vaststellen wat diens mate van participatie in de samenleving is. De ladder is onderverdeeld in zes treden, van sociaal geïsoleerd tot werkend zonder ondersteuning. De ladder is geïnspireerd vanuit de opdracht die gemeenten krijgen, of zichzelf geven in de Wet Participatiebudget: 'bevorder de participatie van je bevolking, ofwel zorg dat iedereen meedoet naar vermogen'. De middelen en instrumenten die gemeenten krijgen om die opdracht te vervullen, komen uit de WWB (re-integratie) de WI (inburgering) en de WEB (volwasseneneducatie). Om inzicht te krijgen of aan die opdracht wordt voldaan is de participatieladder ontwikkeld. In de ladder worden een aantal zaken vastgelegd die van essentieel belang zijn om (duurzaam) te kunnen participeren (inburgeringsverplichting of -behoefte, laaggeletterdheid, en of iemand een startkwalificatie bezit). Ook wordt vastgelegd of de persoon in kwestie groeimogelijkheden heeft of niet. 

De participatieladder bestaat uit zes verschillende treden: van sociaal behoeftig naar werkend zonder ondersteuning. Elke trede is nog gekoppeld aan een werkniveau, van basisonderwijs tot universiteit. 

Niveau 1: Geïsoleerd

  • Heeft niet of nauwelijks contact met anderen dan huisgenoten EN
  • de contacten buiten de huisgenoten beperken zich tot functionele contacten (winkelpersoneel, hulpverleners, buschauffeurs, etc.).

Voorbeelden:

  • Nauwelijks contacten buiten de deur
  • Mantelzorg voor huisgenoten
  • Alleen actieve contacten via internet/e-mail
  • Dakloos zonder contacten met niet-daklozen behalve hulpverleners.

Niveau 2: Sociale contacten buiten de deur

  • Heeft minimaal één keer per week fysiek contact met mensen die geen huisgenoten zijn EN
  • die contacten vinden niet plaats in georganiseerd verband EN
  • voert geen taken uit met verantwoordelijkheden naar anderen (d.w.z. het is geen werk) EN
  • die contacten beperken zich niet alleen tot functioneel contact met winkelpersoneel, hulpverlener et cetera.

Voorbeelden:

  • Mensen ontmoeten zoals buren, buurtbewoners en ouders van vriendjes van kinderen
  • Regelmatig activiteiten buiten de deur ondernemen, zoals bezoek aan vrienden, bioscoopbezoek, museumbezoek, etc.
  • Regelmatige mantelzorg voor niet-huisgenoten (die niet via een organisatie is georganiseerd)
  • Individuele sporten zoals sportschool
  • Neemt deel aan activiteiten in georganiseerd verband maar minder dan 1x per week
  • Regelmatig kerk-/moskeebezoek (minimaal 1 x per week

Niveau 3: Deelname aan georganiseerde activiteiten

  • Neemt deel aan activiteiten in georganiseerd verband zoals verenigingen of opleiding EN
  • voert geen taken uit met verantwoordelijkheden naar anderen (d.w.z. het is geen werk) EN
  • neemt minimaal eens per week deel aan die activiteit waarbij hij/zij in fysiek contact komt met anderen.

Voorbeelden:

  • Volgen van een inburgeringsaanbod, educatieaanbod of re-integratie-instrument zonder werkcomponent
  • Volgen van andere cursussen of opleidingen zonder werkcomponent
  • Lidmaatschap vereniging (regelmatig een activiteit volgen waarbij je in contact komt met andere mensen)
  • Regelmatig sport beoefenen in georganiseerd verband
  • Vrijwilligerswerk (minder dan 1x per week contact)

Niveau 4: Onbetaald werk/werk tegen een vergoeding

  • heeft geen arbeidscontract EN
  • voert taken uit en heeft daarbij verantwoordelijkheden naar anderen EN
  • heeft minimaal eens per week fysiek contact met anderen bij het uitvoeren van het onbetaalde werk.

Voorbeelden:

  • Werken met behoud van uitkering (Work First, participatiebanen e.d.)
  • Duale inburgeringstrajecten met een werkcomponent
  • Re-integratie-instrument met werkcomponent
  • Stages
  • Vrijwilligerswerk (minimaal 1 x per week contact)
  • Bol-opleiding (dagopleiding met zo nu en dan stage)
  • GIT-trajecten (Ge-integreerde Trajecten - scholingstrajecten waarbij een beroepsopleiding met stages wordt gecombineerd met het leren van de Nederlandse taal)

Niveau 5: Betaald werk met ondersteuning

Heeft een arbeidscontract met een werkgever of  is zzp’er en ontvangt daarbij ondersteuning, dat wil zeggen:

  • maakt gebruik van gemeentelijke participatieinstrumenten OF • ontvangt een aanvullende uitkering OF
  • werkt in WSW-verband (intern, gedetacheerd of begeleid werken) OF
  • volgt een reguliere opleiding met arbeidscomponent, onder het niveau van de startkwalificatie.

Voorbeelden:

  • WSW (intern/gedetacheerd/begeleid werken)
  • Werk (parttime) met aanvullende uitkering van gemeente of UWV
  • Werk met loonkostensubsidie
  • Werk waarbij uitkering wordt verloond (o.a. bepaalde vormen van Work First)
  • Werk met apart ingekocht instrument nazorg waarbij sprake is van echte ondersteuning
  • Werk met externe begeleiding/jobcoach
  • Werkt en volgt daarnaast een inburgeringsaanbod
  • Werkt en volgt daarnaast een educatieaanbod
  • Bbl-opleiding (4 dagen werken in leerbedrijf en 1 dag opleiding)
  • Werken met stagevergoeding en zonder aanvullende uitkering

Niveau 6: Betaald werk

  • Heeft een arbeidscontract met een werkgever of is zzp’er EN
  • ontvangt geen aanvullende uitkering van gemeente of andere uitkeringsinstantie EN
  • wordt niet door anderen dan leidinggevende of collega’s begeleid bij het uitvoeren van het werk EN
  • maakt geen gebruik van WSW of gemeentelijke participatie-instrumenten.

Voorbeelden:

  • Baan met arbeidscontract
  • Baan met arbeidscontract en pro forma nazorg (geen nazorg die gemeenten apart inkopen, maar nazorg als impliciet onderdeel van een re-integratietraject, waarbij geen sprake is van echte ondersteuning. De nazorg beperkt zich hierbij tot een-of tweemaal telefonisch contact)
  • Zzp’ers
  • Ondernemers

Participatiewet                                                                                                                             

Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking.  Op 1 januari 2015 is deze wet in werking getreden. Kort gezegd heeft de Participatiewet tot doel om zoveel mogelijk mensen, met en zonder arbeidsbeperking, weer aan de arbeidsmarkt deel te laten nemen. De doelgroep wordt echter groter, en bezuinigingen maken dat de middelen voor deze doelgroep juist dalen. De invoering van de Participatiewet houdt in dat 3 regelingen worden samengevoegd tot 1 regeling. Voor de correcte uitvoering van de wet zijn de gemeentes verantwoordelijk gesteld. Er vinden voor de gemeentes door de invoering van de wet veel veranderingen plaats vinden in interne processen.

Re-integratie                                                                                                                                    

Deze term  houdt in:  herstel, het opnieuw maken tot een goed functionerende eenheid, herstel van een harmonische persoonlijkheid en het weer deelnemen aan het maatschappelijke leven. In het Engels wordt de term return-to-work gebruikt. Het gaat bij arbeidsre-integratie om het proces rondom mensen die buiten het arbeidsproces staan en weer willen terugkeren. Deze groep heeft vanwege arbeidsongeschiktheid, ziekte of anderszins  geen betaald werk en neemt daardoor geen of onvoldoende deel aan de economische maatschappij. 

Re-integratiebureau                                                                                                                           

Voor hulp bij het (her-)integreren in het werkproces krijgen (gedeeltelijk) arbeidsgeschikte werknemers de nodige hulp in de vorm van een re-integratiebedrijf. Het UWV bepaalt of een werkzoekende zo’n bureau nodig heeft en neemt de kosten voor haar rekening. 

Social Return                                                                                                                                      

Het doel van Social Return is om zoveel mogelijk mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt 
duurzaam aan het werk te helpen. Dankzij social return wordt de arbeidsparticipatie van kwetsbare personen vergroot en krijgen zij de mogelijkheid om werkervaring op te doen. Als werkgever is het de kans om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. 

Kandidaten die in aanmerking komen voor social return behoren tot de groep werkzoekenden met een uitkering die langer dan een half jaar geen arbeid hebben verricht met een arbeidsovereenkomst. Onder uitkering verstaan we WWB, WW, WSW en Wajong.

Diverse overheden, instellingen en bedrijven hebben als doelstelling om mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt middels haar aanbestedingsbeleid duurzaam aan het werk te krijgen. De specifieke betekenis van ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ verschilt per instelling en wordt  doorgaans staat deze specifieke betekenis van de doelgroep in hun missietekst opgenomen. 
 
Ook de Overheid heeft specifieke doelstellingen inzake Social Return.  Dit uit zich door het opnemen van sociale voorwaarden, eisen en/of wensen bij het aanbesteden van diensten, werken en/of leveringen. Dit gebeurt door het maken van afspraken met dienstenaanbieders aan de overheid over arbeidsplaatsen, leerwerkplekken en/of stageplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Werkgevers) kunnen op deze wijze een bijdrage leveren aan de werkgelegenheid. Opdrachtgevers halen hiermee zo veel mogelijk sociaal rendement uit haar inkoop/aanbestedingen. 

SRG                                                                                                                                                      

SRG staat voor Statistiek Re-integratie Gemeenten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwerkt deze gegevens om het mogelijk te maken het parlement volledig te informeren over de door Gemeenten gedane re-integratie-inspanningen.

De SRG verschaft informatie over de door gemeenten verstrekte voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling van personen met een uitkering en van niet uitkeringsgerechtigden. Staatssecretaris van SZW minister Kleinsma heeft Gemeenten gevraagd om extra aandacht te geven aan een tijdige en kwalitatief juiste aanlevering aan het CBS van de SRG-gegevens. In verband met de invoering van de participatiewet vindt in 2015 de uitvraag voor de SRG-statistiek maandelijks plaats. 

Taalniveaus    

Voor veel werkgevers in diverse sectoren kan taal een belangrijk onderdeel zijn voor de profielkenmerken van (nieuwe en bestaande) werknemers. Binnen Kansacademie andere we de internationaal erkende standaard voor taalniveau-aanduiding, het zogenaamde 'Common European Framework of Reference', dat in het Nederlands het Europees Referentiekader wordt genoemd. Dankzij deze internationale standaard is altijd duidelijk op welk niveau taalvaardigheid gewenst is.  Hieronder ziet u een overzicht van de vaardigheden die per niveau zijn vastgesteld.

Niveau A - Basis

A1

Kan vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen, gericht op concrete behoeften, begrijpen en gebruiken. Kan zichzelf aan anderen voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens zoals waar hij/zij woont, mensen die hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit. Kan op een simpele wijze reageren, aangenomen dat de andere persoon langzaam en duidelijk praat en bereid is om te helpen.

A2

Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven.

Niveau B - Onafhankelijk

B1

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

B2

Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder  dat dit voor een van de partijen inspanningen met zich meebrengt. Kan duidelijke, gedetailleerde teksten produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.

Eindniveau C - Vaardig 

C1

Kan een uitgebreid scala van veeleisende, lange teksten begrijpen en de impliciete betekenis herkennen. Kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Kan flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Kan een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruikmaken van organisatorische structuren en verbindingswoorden.

C2

Kan vrijwel alles wat hij hoort of leest gemakkelijk begrijpen. Kan informatie die afkomstig is van verschillende gesproken en geschreven bronnen samenvatten, argumenteren reconstrueren en hiervan samenhangend verslag doen. Kan zichzelf spontaan, vloeiend en precies uitdrukken en kan hierbij fijne nuances in betekenis, zelfs in complexere situaties onderscheiden. Dit is het taalniveau van een hoog opgeleide near-native speaker. (In het Europees Referentiekader wordt dit niveau niet verder uitgewerkt.)

Uitvoerende instantie                                                                                                                              

Verstrekker van werkeloosheidsuitkering, WW(UWV) of bijstand (gemeente).

Wajong

Wajong is een uitkering voor jonggehandicapten. Jonggehandicapt is iemand onder de 30 jaar en door ziekte of handicap nooit meer kan werken. Het uitgangspunt van de uitkering is om goed naar zijn/haar persoonlijke situatie te kijken waar mogelijkheden liggen.  Kan hij/zij wellicht toch nog bepaalde werkzaamheden doen?
De overheid hanteert 2 criteria voor een Wajong status:
1.    Betrokkene is voor het 18e jaar al gehandicapt of door ziekte arbeidsongeschikt geworden.
2.    Betrokkene is jonger dan 30 jaar en gehandicapt of door een ziekte arbeidsongeschikt geworden en heeft minstens 6 maanden gestudeerd in het jaar voor de arbeidsongeschiktheid.

In de Participatiewet zet de overheid in op participatievermogen. Het doel is dat je als jongere zoveel mogelijk kansen krijgt op werk. De overheid stimuleert werkgevers actief om Wajongers in dienst te nemen en heeft hiervoor de nodige simuleringsregelingen opgesteld.  Meer weten?  Neem contact met ons op. 

Werkachterstand

werkzoekenden die een BBL, BOL, mbo niveau 1 of niveau 2 opleiding volgen of stagiaires die praktijkonderwijs volgen.

WIA                                                                                                                                                                             

De persoon is  2 jaar ziek en kunt daardoor minder werken en verdienen. Misschien heeft hij/zij dan recht op een WIA-uitkering. Er zijn 2 soorten WIA-uitkeringen: de IVA-uitkering en de WGA-uitkering. De IVA kunt hij/zij krijgen als hij/zij bijna niet meer kunt werken. 

WSP

Een werkgeversservicepunt (WSP) is een samenwerking van gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen, kenniscentra en andere partijen. Bij een werkgeversservicepunt wordt onder andere informatie en ondersteuning gegeven als u iemand aan wilt nemen die moeilijker aan het werk komt. Denk bijvoorbeeld aan informatie over de Participatiewet en de banenafspraak, voorzieningen en financiële regelingen. 

Wil je ook bijdragen aan een inclusieve maatschappij? Doe mee met de Kansacademie!

Kansacademie - inclusiviteit

Door mee te doen met de Kansacademie draag je bij aan een inclusieve maatschappij. Een samenleving  waar iedereen kan meedoen.  ongeacht kleur, ras, geslacht, geloof of beperking. Meer weten? Meld je aan en wij nemen contact op voor het maken van een kennismakingsgesprek waarin we je graag leren kennen en je informeren over de mogelijkheden. 

Ja! Ik meld mij aan voor de Kansacademie

Branches

Branche Definitie
Gezondheidszorg en welzijn

In deze sector zijn veel verschillende beroepen te vinden. Vaak zijn het beroepen waarbij je veel contact hebt met mensen. Je hebt vaak verantwoordelijk werk. Alles bij elkaar is het werken in deze sector soms best "zwaar". Daar tegenover staat dat het helpen van andere mensen met betrekking tot hun gezondheid en welzijn vaak veel voldoening geeft. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Verpleegkundige, Activiteitenbegeleider, Chirurg, Psycholoog, Maatschappelijk werker, Kraamverzorgende, Laborant, Apothekersassistent.

Handel en dienstverlening

In deze sector, die ook wel de dienstensector of tertiaire sector wordt genoemd, vind je bedrijven en beroepen die met de verkoop van hun goederen of diensten winst willen maken. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Adviseur bancaire diensten, Callcentermedewerker, Belastingadviseur, Schoonmaker, Intercedent, Accountant, Glazenwasser, Medewerker human resource management, winkelmedewerker, kantoormedewerker

ICT

In deze sector wordt werk gedaan dat te maken heeft met informatiesystemen, telecommunicatie en computers. ICT staat trouwens voor Informatie- en CommunicatieTechnologie. Je kunt hierbij denken aan het ontwerpen, ontwikkelen en beheren van systemen, databanken, netwerken en websites. Dus bijvoorbeeld het programmeren van een app maar ook het onderhouden van een telecomsysteem en het verzorgen van een technische helpdesk horen bij deze sector. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Game developer, ICT adviseur, Appontwikkelaar, systeem analist, SEO-specialist, Helpdeskmedewerker, Programmeur, ICT beheerder.

Justitie, veiligheid en openbaar bestuur

In deze sector zijn de meeste beroepen bij de overheid te vinden. Een land als Nederland of België kun je nu eenmaal niet organiseren zonder regering, gemeentebesturen, gevangenissen, politie, brandweer en dergelijke. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Brandwacht, Douaneambtenaar, Detentie toezichthouder, Eerste kamerlid, Marechaussee-beveiliger, Officier van justitie, Politiemedewerker, Sociaal rechercheur, Rechter.

Landbouw, natuur en visserij

In deze sector zijn veel beroepen te vinden met werkzaamheden die in de buitenlucht worden uitgevoerd. Er zijn ook veel ontwikkelingen wat betreft gezondheid, dierenwelzijn, duurzaamheid, energie en milieu. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Biotechnisch laboratoriummedewerker, Dierenartsassistent, Tuin- en landschapsarchitect, Hovenier, Matroos zeevisserij, Medewerker tuinbouw, Werktuigkundige zeevisvaart.

Media en communicatie

In deze sector vind je veel beroepen bij reclamebureau's, televisieproducties, radio en natuurlijk internet en social media. Regelmatig gaat het om vacatures / banen waar je je creativiteit en/of technische vaardigheden in kwijt kunt. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Fotojournalist, Copywriter, Signmaker, Beeldtechnicus, DeskTop Publisher (DTP-er), Cameraman / -vrouw, Uitgever.

Onderwijs, cultuur en wetenschap

In deze sector zijn er veel beroepen te vinden die mensgerichte, creatieve en onderzoekende persoonlijkheden aantrekken. Je kunt binnen deze ruime sector werk vinden in theaterproducties, middelbaar onderwijs, gezondheidsonderzoek en nog veel meer. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Docent basisonderwijs, Acteur, Meteoroloog, Praktijkopleider, Taxateur kunst en antiek, Musicus.

Techniek, productie en bouw

In deze sector vind je beroepen in de voedselproductie, de woningbouw maar ook bijvoorbeeld bij de productie van energie, meubels, kleding en (elektronische) apparaten. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Autotechnicus, Steigerbouwer, Betonreparateur, Bouwkundig inspecteur, CNC-machine operator, Constructeur scheepsbouw, Dakdekker, Decoratie- en restauratieschilder, Fietstechnicus, Keukenmonteur, Kwaliteitscontroleur voedingsmiddelenindustrie, Medewerker printmedia/drukkerij, Meubelontwerper, Elektriciën.

Toerisme, recreatie en horeca

In deze sector tref je klanten in hun vrije tijd, die op zoek zijn naar ontspanning, lekker eten, plezier, sport enzovoorts. Mensgerichte persoonlijkheden die gastvrij zijn vinden hier veel soorten beroepen. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Cateringmedewerker, Museumgids, Servicemedewerker bioscoop, Zwembadmedewerker, Reisbegeleider, Hotelmanager.

Transport en logistiek

In deze sector worden producten en personen vervoerd over land, door de lucht en over het water. Met grote logistieke werkgevers in de havens van Rotterdam en Antwerpen, de luchthavens zoals Schiphol en Brussels Airport en natuurlijk het uitgebreide wegenen spoornetwerk zijn er veel beroepen te vinden in deze sector. Beroepen in deze sector zijn bijvoorbeeld Bergingsduiker, Bijrijder vrachtwagen, Coördinator havenoperaties / Cargadoor, Heftruckchauffeur / Reachtruckchauffeur, Kapitein binnenvaart, Luchtverkeersleider, Registerloods, Pakketbezorger, Treinmachinist, Taxichauffeur.

Soft Skills

Skill Definitie
Aandacht voor details

Kan effectief omgaan met detailinformatie.

Aanpassingsvermogen

Is in staat om doelmatig te blijven werken bij veranderingen in de omgeving, taken, verantwoordelijkheden en/of mensen.

Accuraat

Probeert fouten te voorkomen en ziet erop toe dat de taken binnen het eigen bedrijf grondig, geordend en zorgvuldig worden uitgevoerd.

Ambitieus

Spant zich/haar in om zich verder te ontwikkelen en succes te boeken.

Analyserend vermogen

Deelt problemen op in kleinere stukjes om het goed te kunnen begrijpen.

Anticiperend vermogen

Past acties en gedrag aan op ontwikkelingen in eigen sociale omgeving of in de branche.

Assertief

Kan goed voor zichzelf opkomen, zonder dat daarbij over de ander wordt heen gelopen.

Betrokken

Voelt zich verbonden met de organisatie waarvoor wordt gewerkt en het werk dat wordt gedaan.

Coachingsvaardigheden

In staat een ander te helpen werkgerelateerde doelen te verwezenlijken en zich verder helpt te ontwikkelen.

Collegiaal

Is van nature bereid om collega's te helpen en ondersteunen wanneer dat nodig is en rekening te houden met hun behoeften en belangen.

Commercieel

Handelen en denken altijd in de geest van de klant en weet hoe geld moet worden verdiend voor het bedrijf.

Communicatief

Ideeën en informatie, zowel mondeling als schriftelijk helder en duidelijk kunnen overbrengen, zodanig dat de essentie wordt begrepen, met een effectief gebruik van de bestaande communicatiemiddelen. Gebruikt afhankelijk van de situatie of het doel een geschikte vaardigheid of een passende wijze van communiceren (mondeling, schriftelijk etc.).

Creatief

In staat om met originele ideeën op de proppente komen voor oplossingen van vraagstukken of uitdagingen.

Dienstbaarheid

Bereidheid zichzelf ondergeschikt te maken aan een collectief belang.

Doelmatighheid

Geeft concreet en meetbaar aan wat over een vooraf bepaalde termijn bereikt wilt hebben.

Durf

Bereidheid tot het aanpakken van lastige situaties en zich niet laten leiden door angst.

Efficiënt

Is in staat om zelf zijn/haar werk te organiseren, zodat taken worden uitgevoerd zoals bedoeld, en deadlines worden gehaald.

Empatisch vermogen

Heeft goed inlevingsvermogen in de gevoelens of gedachtegang van anderen.

Energiek

Kan hard werken en herft uithoudingsvermogen.

Feedback geven

Is in staat een ander feedback te geven en iets te zeggen over waargenomen gedrag.

Feedback ontvangen

Staat open om iets te horen over eigen gedrag.

Flexibel

Kan eigen werk aanpassen aan de omstandigheden.

Focussen

Richt graag aandacht ergens op en laat zich daarbij niet afleiden.

Gespreksvaardigheden

Richt graag aandacht ergens op en laat zich daarbij niet afleiden.

Helikopterview

Houdt overzicht in een werksituatie over het geheel en de details van een vraagstuk, gegevens of project.

Informatie beheren

Slaat relevante gegevens vindbaar op verwijdert en irrelevante zaken.

Initiatief

Onderneem liever zelf actie dan afwacht tot een ander een opdracht geeft.

Inlevingsvermogen/sensitiviteit

Houdt rekening met de gevoelens en behoeften van anderen.

Innovativiteit

Is goed in het bedenken waar mensen in de toekomst behoefte aan hebben.

Integriteit

Voert de functie adequaat en zorgvuldig uit, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheden en de geldende regels.

Klantgericht

Onderzoekt wat de wensen en behoeften van een persoon of organisatie zijn en handelt daarnaar.

Kostenbewust handelen

Is in denken en doen gericht op een optimaal gebruik van tijd, geld en andere middelen.

Kritisch denken

Stelt hoge eisen aan eigen werk en dat van anderen en voortdurend streeft naar verbetering ervan.

Kwaliteitsgerichtheid
Leervaardigheid/leervermogen

De mate waarin nieuwe informatie wordt opgenomen en deze vervolgens effectief toepast in allerlei (werk)situaties.

Leiderschap

De mate waarin hij /zij in staat is een ander individu of een groep van individuen op natuurlijke wijze te beïnvloeden om een bepaald doel te bereiken.

Loyaal aan organisatie

Stelt het belang van de werkgever of organisatie of team als het moet boven eigen belang.

Luistervaardigheid

Gaat bij zichzelf expliciet na of hij /zijde boodschap (inhoud én gevoel) van de spreker begrepen heeft.

Medewerkers ontwikkelen

Analyseert ontwikkelbehoeften van medewerkers en laat hen activiteiten uitvoeren waardoor ze zich ontwikkelen.

Mensenkennis

Heeft inzicht in het gedrag van mensen.

Mondeling communiceren

Beheerst verschillende manieren waarop mondeling een boodschap aan anderen kan worden overgebracht.

Motiveren

Kan anderen op natuurlijke wijze aanzetten tot actie.

Netwerken

Bouwt bewust contacten op en zet bestaande contacten in voor het bereiken van eigen doelen.

Notuleren

Is in staat om van vergaderingen ordelijke en relevante verslagen te maken.

Observeren

Bekijkt mensen vanaf een afstand om zo tot een vakkundig oordeel over deze persoon te komen.

Omgaan met agressie

Weet hoe je in een agressieve situatie rustig blijft en hoe je deze moet de-escaleren.

Omgaan met weerstand

Weet mensen mee te krijgen voor een nieuw plan of een verandering, ook al zijn zij daar in eerste instantie op tegen.

Omgaan met werkdruk

Zorgt ervoor dat hij geen stress krijgt door te veel werk.

Omgevingsbewustzijn

Is goed op de hoogte van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Gebruikt deze kennis voor de eigen functie of organisatie.

Onafhankelijkheid

Vormt zelfstandig een mening of oordeel of onderneemt actie.

Onderhandelingsvaardigheid

Is in staat om in overleg tot overeenkomst te komen, die recht doet aan de doelstellingen en belangen van alle partijen.

Ondernemend

Is tot actie bereid. Blijft niet stil zitten als er iets moet gebeuren, maar gaat meteen aan de slag.

Oordeelsvorming

Weegt informatie en handelswijzen tegen elkaar af om tot een goed doordacht, juist en onderbouwd standpunt te komen.

Oplossingsgericht

Weet op een snelle manier tot een oplossing voor een probleem te komen.

Organisatiesensitiviteit

Heeft voelsprieten voor hoe een organisatie feitelijk werkt.

Organisatietalent

Heeft voelsprieten voor hoe een organisatie feitelijk werkt.

Overtuigingskracht

Zorgt op natuurlijke wijze dat een ander een mening, een idee of voorstel overneemt.

Overwicht

Oefent van nature invloed uit op anderen en wordt als autoriteit geaccepteerd.

Planmatigheid

het vermogen en de vaardigheid om prioriteiten te stellen en werkzaamheden realistisch te plannen

Presenteren

Is in staat om een helder en interessant verhaal te houden voor een publiek.

Prestatiemotivatie

Mate van innerlijke wil om goed te presteren, doelen te bereiken en succesvol te zijn.

Prioriteiten stellen

Vermogen om - in hectische tijden - overzicht in eigen werkzaamheden te houden en bezig te zijn met zaken die belangrijk zijn.

Probleemoplossend vermogen

Is in staat om adequate oplossingen voor problemen te vinden.

Reflecteren

Houdt zichzelf een spiegel voor om zo stil te staan bij eigen werkwijze werkt, welke keuzes daarbinnen worden gemaakt, welke vaardigheden worden ingezet en hoe dat voelt.

Representatief

Bereidheid van nature om alles te doen aan het maken van een goede indruk van het geheel.

Resultaatgericht

Zet alles op alles om een concreet eindresultaat of doelstelling te behalen.

Samenwerken

Levert een bijdrage aan een gezamenlijk resultaat.

Schriftelijk communiceren

Stelt ideeën, plannen, voorstellen of meningen in begrijpelijke en correcte taal op schrift.

Sensitiviteit/inlevingsvermogen

Houdt rekening met de gevoelens en behoeften van anderen.

Servicegerichtheid

Het prioriteit geven aan de tevredenheid van klanten, collega's, en aan het verlenen van service of hulp en daarnaar handelen

Snel kunnen schakelen

Past eigen gedrag snel aan de situatie aan en is altijd met de belangrijkste zaken bezig

Sociale vaardigheden

Vermogen om (nieuwe) sociale contacten aan te gaan.

Sociale intelligentie

Het betekenis kunnen geven aan gebeurtenissen, gedrag en gevoelens en op basis van deze betekenisgeving kunnen handelen.

Stress hanteren

Kan tijdens grote druk het hoofd koel houden en effectief blijven werken

Tact

Heeft natuurlijk inzicht in sociale interacties en is in staat irritaties te voorkomen en conflicten op te lossen

Teamspeler

Heeft het vermogen om goed met anderen op te kunnen schieten en samen te werken binnen een team; teamleden helpen en ondersteunen om bij te dragen bij aan het realiseren van gemeenschappelijke doelstellingen.

Team samenstellen

Zoekt mensen bij elkaar om een taak of opdracht uit te voren.

Verantwoordelijk

Vindt het belangrijk dat de taken of plichten van zowel zichzelf, als anderen in het bedrijf of organisatie naar behoren worden uitgevoerd.

Vergaderen

Overleg met anderen over een één of meerdere onderwerpen.

Verkopen

Begeleidt een klant succesvol naar een aankoop.

Vernieuwingsgericht

Is er goed in om te bedenken waar mensen in de toekomst behoefte aan hebben.

Visie ontwikkelen

Heeft op basis van informatie, analyse en intuïtie een goed idee waarnaar een branche of een bedrijf zich in de toekomst heen kan ontwikkelen.

Voortgang controleren

Zorgt ervoor dat hij/zij op de hoogte is van de vorderingen in taken en activiteiten die door anderen worden uitgevoerd.

Voorzitten

Zorgt ervoor dat die vergadering gestructureerd en ordelijk verloopt.

Vragen stellen

Probeert informatie te verkrijgen over de inhoud van een gebeurtenis of een aanpak of oplossingsrichting daarbij.

Werken in een team

Werkt samen met anderen aan een opdracht, taak of gelijksoortige taken.

Zelfbeheersing

Is in sterk emotionele situaties in staat om met eigen emoties om te gaan.

Zelfkennis

Weet wat eigen sterke en zwakke punten zijn.

Zelfreflectie

In staat zichzelf een spiegel voor te houden om zo stil te staan bij eigen werkt, welke keuzes daarbinnen worden gemaakt, welke vaardighedenworden ingezet en hoe dat voelt

Zelfstandig

Pakt zaken op zonder dat iemand daarin stuurt

Zelfvertrouwen

Treedt zeker en met rust op en handhaaft deze indruk, ook bij weerstand of emoties van anderen.